• Derde generatie

Derde generatie

Maar dan overlijdt Daan Frank, plotseling na een longontsteking, op 50-jarige leeftijd op 14 februari 1933. Helena Frank-Foijer zit met haar handen in het haar. Wat moet er nu met Maison Louis gebeuren?

Maar dan overlijdt Daan Frank, plotseling na een longontsteking, op 50-jarige leeftijd op 14 februari 1933. Helena Frank-Foijer zit met haar handen in het haar. Wat moet er nu met Maison Louis gebeuren? Zoon Lou biedt aan om te helpen en verruilt Amsterdam voor Maastricht. Al gauw blijkt dat Lou geen echte winkelier is. Er is iemand nodig die hem kan helpen, een echte 'shopkeeper'. Die wordt in 1934 gevonden in de persoon van Pierre Fischer. "Mijn vader werkte als etaleur en verkoper bij Wolf & Herzdahl, de C&A van het Zuiden," vertelt Wim Fischer (1942), de zoon van Pierre, en tevens zijn opvolger bij Maison Louis. "Hij kon heel mooi lak schrijven met penseel." Het blijkt de juiste beslissing, want al na een half jaar wordt Fischer bedrijfsleider. Ondanks het verlies van Daan Frank blijft Maison Louis groeien. In 1936 wordt zelf een derde pand aangeschaft, op Grote Staat nummer 39. Tijdens het 60-jarige jubileum, in 1939, werkt er meer dan dertig man in de zaak, waaronder winkelpersoneel, coupeurs en kleermakers. Eind april 1940 vertrekt Lou Frank met zijn moeder Helena naar Bern, Zwitserland. Tijdens een vakantie heeft hij een mooi meisje leren kennen, Betty, en die wil hij graag aan zijn moeder voorstellen. Het wordt een succes. De terugreis leidt Lou en Helena via het reeds door de nazi's bezette Parijs, waar ze op 10 mei 1940 aankomen. "Toen ze hoorden van de Duitse invasie in Nederland, hebben ze geen seconde getreuzeld," vertelt Laurence Frank, de zoon van Lou, vanuit San Mateo, Californië. "Ze hebben een taxi geregeld die ze direct helemaal naar Lissabon zou brengen. Daar zijn ze aan boord gegaan van een schip dat ze via Curaçao naar Amerika bracht." Lou had de dreiging vanuit Duitsland zien aankomen. Een van zijn ooms woonde in de Verenigde Staten en had Lou geadviseerd om alvast wat geld te sturen. Ook broer Frits zat al in New York. Frits zou 1966 1985 later, als Frederick Franck, uitgroeien tot een bekend kunstenaar, en boeddhisme-expert, met werken in het Museum of Modern Art en het Whitney Museum of American Art.

 "De familie Frank had alles al geregeld bij de notaris," vertelt Wim Fischer. "Mijn vader zou bij hun afwezigheid directeur worden van de NV. En hij zou hun woning boven de winkel betrekken. Hij heeft de hele oorlog vol kunnen houden dat alle spullen en alle meubels van hem waren. Daardoor is de familie Frank een van de weinige Joodse families die al hun spullen na de oorlog nog hadden."

Tijdens de oorlog worden er geen goederen aan Maison Louis geleverd. De overgebleven werknemers moeten het vooral hebben van herstelwerkzaamheden en het keren van jassen. Zoals elk Joods bedrijf krijgt ook Maison Louis een emaillen bord met 'Juden Geschäft'. "Maar het heeft nooit op de voorgevel gehangen," zegt Wim Fischer. "Onze eerste verkoper, de heer Bremen, heeft het bord laten verdwijnen." Begin '44 krijgen alle werknemers van Maison Louis een Arbeitseinsatz. De meeste weten onder te duiken; enkele Joodse werknemers hebben dat dan al eerder gedaan.

Als Maastricht in september '44 bevrijd wordt, krijgt Pierre Fischer niet veel later bezoek van een Amerikaanse officier. Hij heeft een wit sneeuwpak bij zich. Of Maison Louis zulke pakken kan maken? Fischer zet zijn vrouw aan het werk, en een dag later heeft hij uit lakens een pak gemaakt. "De officier was tevreden. Hij wilde er meteen vijfduizend hebben. Mijn vader is toen met ze meegegaan de grens over, op zoek naar lakens," vertelt zoon Wim. "Uiteindelijk hebben ze samen met de gevorderde confectiefabriek De National, waar mijn vader de leiding over kreeg, in korte tijd 150.000 stuks gemaakt. Volgens mijn vader leek het wel of heel Maastricht toen even in Maison Louis werkte." Van restanten lakens wordt kinder-ondergoed gemaakt dat wordt verspreid door het Rode Kruis.