• Wederopbouw

Wederopbouw

Na de oorlog keert Lou Frank niet terug naar Nederland. Amerika, en in het bijzonder San Francisco, waar enkele Joodse vrienden uit Maastricht - waaronder de familie Hartog en Gomperts - wonen, bevalt hem wel.

Na de oorlog keert Lou Frank niet terug naar Nederland. Amerika, en in het bijzonder San Francisco, waar enkele Joodse vrienden uit Maastricht - waaronder de familie Hartog en Gomperts - wonen, bevalt hem wel. Met zijn familie betrekt hij een huis van architect Frank Lloyd Wright, genaamd Bazett House, in San Mateo, Californië. Hij komt terecht in de conservenblikkenhandel van het merk Del Monte, en legt zich later toe op 'dehydrated potatoes'. Maar Frank is ook nog steeds eigenaar van Maison Louis. Bijna elk jaar bezoekt Lou Frank zijn geliefde kledingzaak. Soms gaan zijn kinderen mee. "Elke keer dat mijn broer en ik met mijn vader in Maastricht waren, kregen we een nieuw kostuum," vertelt Laurence Frank lachend. "Hij was zeer betrokken bij de zaak. Ik kan me nog goed herinneren dat hij vaak 's avond achter zijn typemachine zat; brieven schrijven naar Holland. Ik heb hier nog een hele koffer liggen vol met Maison Louis-correspondentie. Helaas begrijp ik geen Nederlands."

Ondertussen bouwt Pierre Fischer de herenzaak rustig weer op. Door de familie Frank is hij nu officieel aangesteld als directeur en hij krijgt tevens aandelen in het bedrijf. Met scherpe prijzen weet Fischer de arbeiders-middenklasse na de oorlog goed te vinden. Voor het stadsvervoersbedrijf maakt Maison Louis zelfs alle chauffeursuniformen. Halverwege de jaren 50 krijgt Fischer een aanbod om een andere kledingzaak in Maastricht over te nemen. Een interessante optie, maar zijn hart ligt toch meer bij Maison Louis. Daarop stapt hij naar Lou Frank en vraagt of het niet mogelijk is om de winkel aan de Grote Staat over te nemen. In 1956 komt het ervan: voor 500.000 gulden neemt Pierre Fischer de zaak volledig over. En zoals het een goede familieonderneming betaamt, komen zijn zoons Gerard en Wim tien jaar later in de zaak. Tegelijkertijd groeit Maison Louis wederom uit zijn voegen, met zo'n veertig werknemers en een jaaromzet van 1,8 miljoen gulden. Grote Staat nummer 37 wordt gekocht en na een verbouwing toegevoegd aan Maison Louis. Bovendien neemt Fischer Paul Colson in dienst.

Onder leiding van zoon Wim Fischer wordt Maison Louis omgevormd tot een echt modewarenhuis. "In de Verenigde Staten zag ik steeds meer kledingzaken in warenhuizen veranderen," vertelt Fischer junior, die als kleine jongen al meehielp in de winkel. "Dat wilde ik ook doen met Maison Louis." Op de eerste verdieping wordt een grote kinderafdeling gemaakt, terwijl de begane grond herenmode blijft.

Maar het economisch tij blijkt niet mee te zitten. Vooral de kinderafdeling loopt slecht. Maison Louis kan de concurrentie met grote warenhuizen als V&D en C&A niet aan. In 1985 wordt daarom besloten om de formule van de kledingwinkel om te gooien. "We hebben ons assortiment toen opgewaardeerd met luxe herenmerken, zoals Burberry. De kinderafdeling ging eruit en de focus kwam te liggen op de 40+ man." Bovendien wordt, om de kosten te drukken, een deel van het pand (op nummer 37) verhuurd aan Blokker. Paul Colson heeft ondertussen steeds meer de dagelijkse leiding in handen.